De recreatie in het Friese merengebied begon ruim voor de Tweede Wereldoorlog. Al in de jaren ’20 werd een flink aantal vakantiewoningen gebouwd in de Oude Venen. De Vereniging voor Vreemdelingenverkeer opende in 1927 een theehuis aan de Meersweg in Grouw, dat door watersporters druk werd bezocht. Een verdere groei van het toerisme werd door de crisis- en bezettingsjaren een tijdlang belemmerd. Pas in de jaren ’50 kon aan de ontwikkeling van Grouw als watersportcentrum een nieuwe impuls worden gegeven. De gemeenteraad besloot in 1954 het uitbreidingsplan van Grouw zodanig te wijzigen dat een jachthaven en een recreatieterrein aan de Nauwe Galle konden worden gerealiseerd.

Het duurde vervolgens nog enkele jaren voordat de plannen tot uitvoering kwamen. Met name burgemeester Walda, die in 1955 vanuit de recreatiegemeente Ameland naar Idaarderadeel was gekomen, bleek een drijvende kracht. Ondanks de moeilijke financiële positie van de gemeente, lukte het om in 1961 het Galle-eiland geschikt te maken als recreatieterrein. Meer over de geschiedenis bij berichten voor bewoners.